Top
4. Aan welke kampioenschappen moet ik als renner deelnemen?
- Behalve wanneer je een vergunning hebt als eliterenner met contract, ben je verplicht deel te nemen aan het gewestelijk kampioenschap (Kampioenschap van Vlaanderen) en het provinciaal kampioenschap van je categorie (in de gekozen hoofddiscipline) en aan de andere wedstrijden waarvoor je wordt aangewezen door de betrokken Vlaamse of provinciale commissie. Dus ook niet-profrenners van continentale ploegen moeten aan deze kampioenschappen deelnemen!!
Het is je woonplaats die bepaalt aan welk provinciaal kampioenschap je moet deelnemen en niet de provincie waar je club is gevestigd. Bv. Woon je in Vlaams-Brabant, dan moet je deelnemen aan het provinciaal kampioenschap in Vlaams-Brabant.
! Een vergunninghouder die zich specifiek toelegt op het mountainbiken en dus geen wedstrijden op de weg betwist, krijgt een vrijstelling van deelname aan het provinciaal kampioenschap op de weg.
MOGEN NIET DEELNEMEN aan het provinciaal of regionaal kampioenschap:
- Renners woonachtig in Wallonië en aangesloten bij een club van Wielerbond Vlaanderen
- Renners woonachtig in Vlaanderen of Brussel en aangesloten bij een club van FCWB
Renners (miniemen, aspiranten, nieuwelingen en junioren) die geselecteerd zijn voor deelname aan een BK, mogen de dag voor het BK niet deelnemen aan wedstrijden.
- Word je door de Selectiecommissie aangewezen om je land te gaan vertegenwoordigen, dan moet je gevolg geven aan deze aanwijzing, behalve indien de KBWB de verontschuldiging aanneemt. Alle geselecteerde renners, behalve zij die behoren tot een sportgroep, moeten - op straf van uitsluiting - deelnemen aan alle voorbereidingswedstrijden die de STD nodig acht.
- Voor andere wedstrijden wordt er meestal een inschrijving gevraagd om je interesse te polsen en daarna wordt de selectie gemaakt. Eenmaal geselecteerd ben je verplicht om deel te nemen, anders volgt er een schorsing.
De lijst van geselecteerde renners kan je meestal terugvinden op onze website en/of de website van KBWB (www.belgiancycling.be).
Top
5. Hoeveel inschrijvingsgeld betaal ik voor wedstrijddeelname?
Elite met contract betalen geen inschrijvingsgeld. Alle andere vergunninghouders - behalve miniemen en aspiranten - betalen 8 EUR inschrijvingsgeld, waarvan ze 5 EUR (waarborg rugnummer) terugkrijgen na de wedstrijd, voor deelname aan wedstrijden op de provinciale en nationale kalender. Ze betalen 3 EUR voor deelname aan Belgische wedstrijden op de internationale kalender (gratis kaderplaatje en rugnummer). Voor deelname aan wedstrijden in het buitenland - individueel of in clubverband - betalen renners 3 EUR.
Uitzondering: voor deelname aan clubkampioenschappen moet er geen inschrijvingsgeld worden betaald.
Voor alle duidelijkheid vermelden we nog even dat ook renners van continentale niet-professionele ploegen het inschrijvingsbedrag dienen te betalen!
Top
6. Welke zijn de verschillende wedstrijdcategorieën op de weg?
Pro Tour: Wedstrijden voor sportgroepen met Protour-licentie. Eventueel via wild-card: voor continentale UCI-profploegen.
Men Elite 1.HC en 2.HC : Wedstrijden voor continentale UCI-profploegen. Eventueel op uitnodiging: voor sportgroepen met Protour-licentie (max. 50%) en voor continentale ploegen (voor deze laatste enkel uit het
organiserend land).
Men Elite 1.1 en 2.1 UCI: Wedstrijden voor continentale UCI-profploegen. Eventueel op uitnodiging: voor sportgroepen met Protour-licentie (max. 50%), voor continentale ploegen en voor nationale ploegen.
Men Elite 1.2 en 2.2 UCI: Op uitnodiging: voor profrenners van sportgroepen zonder Protour-licentie (uit organiserend land), voor renners van continentale ploegen, voor renners van nationale ploegen en voor renners van regionale en clubploegen.
Men Elite 1.2 en 2.2 U23 UCI: Op uitnodiging: voor profrenners -23 jaar van continentale UCI-profploegen (uit organiserend land), voor continentale ploegen, voor nationale ploegen en voor regionale- en clubploegen.
Men Elite 1.N Cup en 2.N Cup UCI: Voor nationale ploegen en gemengde ploegen van renners -23 jaar.
Elite Ind.: Individuele wedstrijd voor eliterenners met contract lid van een ProTourteam, een professioneel continentaal team, een continentaal team of clubs die deelnemen aan de Belgische U27-Topcompetitie. De organisator krijgt ook 20 wildcards voor deelname van renners die niet tot de eerder vermelde groepen behoren.
Elite Crit.: Individuele wedstrijd per uitnodiging voor 2/3e profs en 1/3e niet-profs. Profs zijn renners die lid zijn van een ProTourteam, professioneel continentaal team, buitenlands continentaal team of eliterenners met contract van een Belgisch continentaal team.
Elite 1.12 Open Ind.: Individuele wedstrijd voor eliterenners met contract, voor eliterenners zonder contract en renners U23 die lid zijn van een clubploeg of van een continentale ploeg.
Elite 1.12 IC NAT: Nationale eendagswedstrijd voor Belgische clubploegen, Belgische continentale ploegen UCI, maximum drie buitenlandse clubploegen en andere buitenlandse clubploegen (cfr. grensakkoorden met aangrenzende federaties - NED-FRA-GER-LUX). De eliterenners met contract, eliterenners zonder contract en renners U23 van deze ploegen en clubs kunnen deelnemen. Buitenlandse continentale ploegen kunnen niet deelnemen!
Klasse 12 A/B - Elite z.c./U23 - Klasse 1.18 Open
1.12 A (120-140 km)
Individuele regionale wedstrijd van meer dan 120 km met een hoger prijzenbarema voor eliterenners zonder contract en renners U23 uit een Belgische of buitenlandse club of uit een Belgische continentale ploeg. Belgische renners van een buitenlands continentaal team kunnen ook deelnemen.
Amateurs en masters met een WBV- of FCWB-vergunning kunnen onder bepaalde voorwaarden ook deelnemen, nl.
1. Wanneer er geen 1.18 of 1.18 open-wedstrijd is in de eigen provincie (woonplaats renner), mag de renner deelnemen aan een 1.12-wedstrijd in Vlaanderen;
2. Niet in kampioenschappen, interclubs (1.12 IC) of 1.12 open-wedstrijden;
3. Niet met een dagverzekering;
4. Mits bijkomende betaling van 5 EUR per wedstrijd voor de verzekering (dus 13 EUR inschrijving, waarvan 5 EUR terug).
ER MOGEN DUS GEEN BUITENLANDSE RENNERS VAN EEN BUITENLANDS CONTINENTAAL TEAM MEER DEELNEMEN AAN DEZE WEDSTRIJDEN. BELGISCHE RENNERS VAN EEN BUITENLANDS CONTINENTAAL TEAM HEBBEN WEL NOG STARTRECHT.
1.12 B (100-120 km)
Individuele regionale wedstrijd voor elite-renners zonder contract en renners U23 uit een Belgische of buitenlandse club of uit een Belgische continentale ploeg. Belgische renners van een buitenlands continentaal team kunnen ook deelnemen.
Amateurs en masters met een WBV- of FCWB-vergunning kunnen onder bepaalde voorwaarden ook deelnemen, nl.
1. Wanneer er geen 1.18 of 1.18 open-wedstrijd is in de eigen provincie (woonplaats renner), mag de renner deelnemen aan een 1.12-wedstrijd in Vlaanderen;
2. Niet in kampioenschappen, interclubs (1.12 IC) of 1.12 open-wedstrijden;
3. Niet met een dagverzekering;
4. Mits bijkomende betaling van 5 EUR per wedstrijd voor de verzekering (dus 13 EUR inschrijving, waarvan 5 EUR terug).
ER MOGEN DUS GEEN BUITENLANDSE RENNERS VAN EEN BUITENLANDS CONTINENTAAL TEAM MEER DEELNEMEN AAN DEZE WEDSTRIJDEN. BELGISCHE RENNERS VAN EEN BUITENLANDS CONTINENTAAL TEAM HEBBEN WEL NOG STARTRECHT.
1.18 open (80-100 km): Individuele wedstrijd voor amateurs/masters (ook buitenlandse vergunninghouders) waaraan ook Belgische dagverzekeringhouders, eliterenners zonder contract en renners -23 jaar mogen deelnemen. Let wel:
- Belgische en buitenlandse renners van continentale ploegen mogen niet starten in deze wedstrijden!
Elite 1.13 Ind.: Individuele wedstrijd voor renners U23 die lid zijn van een Belgische of buitenlandse clubploeg of van een Belgische of buitenlandse continentale ploeg.
Elite 1.13 U23 IC NAT: Nationale eendagswedstrijd voor Belgische clubploegen, Belgische continentale ploegen, maximum drie buitenlandse clubploegen en andere buitenlandse clubploegen (cfr. grens-akkoorden met aangrenzende federaties - NED-FRA-GER-LUX). Enkel de renners U23 van deze clubs en ploegen mogen deelnemen. Buitenlandse continentale ploegen kunnen dus niet deelnemen!
‘Mixte’ ploegen:
in nationale interclubwedstrijden (IC) mogen zg. mixte ploegen deelnemen bestaande uit renners van dezelfde nationaliteit en waarin elke club of ploeg met minstens twee renners vertegenwoordigd is. Let wel: Mixte ploegen mogen enkel onder clubs alleen en onder continentale ploegen alleen. Nooit een club met een continentale ploeg!
Klasse 1.13 UCI: Individuele regionale wedstrijd voor renners -23 jaar uit een Belgische of buitenlandse club of uit een Belgische continentale ploeg. Belgische renners van een buitenlands continentaal team kunnen ook deelnemen.
Amateurs van 19-23 jaar met een WBV-of FCWB-vergunning kunnen onder bepaalde voorwaarden ook deelnemen, nl.
1. Wanneer er geen 1.18 of 1.18 open-wedstrijd is in de eigen provincie (woonplaats renner), mag de renner deelnemen aan een 1.13-wedstrijd in Vlaanderen;
2. Niet in kampioenschappen, interclubs (1.13 IC);
3. Niet met een dagverzekering;
4. Mits bijkomende betaling van 5 EUR per wedstrijd voor de
verzekering (dus 13 EUR inschrijving, waarvan 5 EUR terug).
Men Juniors 1.HC en 2.HC UCI: Op uitnodiging: voor nationale ploegen, regionale ploegen, clubploegen en gemengde ploegen
Men Juniors 1.1 UCI: Op uitnodiging: voor nationale ploegen, regionale ploegen, clubploegen en gemengde ploegen
Jun 1.14 en 2.14 IC NAT: Interclubwedstrijd voor heren junioren ‘Mixte’ ploegen: in nationale interclubwedstrijden (IC) mogen zg. mixte ploegen deelnemen bestaande uit renners van dezelfde nationaliteit en waarin elke club of ploeg met minstens twee renners vertegenwoordigd is.
Klasse 14.3: Individuele regionale wedstrijd voor heren junioren
Women Elite WC UCI: Op uitnodiging: voor rensters van continentale ploegen, voor rensters van nationale ploegen en voor rensters van regionale en clubploegen (voor deze laatste enkel uit organiserend land).
Women Elite 1.1 UCI: Op uitnodiging: voor continentale ploegen, nationale ploegen* en voor regionale- en clubploegen*.
Women Elite 1.2 UCI: Op uitnodiging: voor continentale ploegen, nationale ploegen* en voor regionale- en clubploegen* en mixte ploegen. ‘Mixte’ ploegen bestaan uit rensters die lid zijn van een ploeg die niet deelneemt.
(*) deze ploegen mogen vrouwen van 18 jaar bevatten, mits toelating van de nationale federatie die hun vergunning afleverde.
Klasse 1.15 Dames elite: Individuele regionale wedstrijd voor dames-elite
Klasse 16: Individuele regionale wedstrijd voor dames jeugd (dames junioren en dames nieuwelingen)
Nieuwel. 1.17 en 2.17 IC NAT: Interclubwedstrijd voor nieuwelingen
Nieuwel. 1.17 Ind. NAT: Individuele nationale wedstrijden voor nieuwelingen
Klasse 1.17.3 Nieuwel.: Individuele regionale wedstrijden voor nieuwelingen
Klasse 18
1.18 (- 80 km)
Individuele wedstrijd voor amateurs/masters (ook buitenlanders) en voor Belgische dagverzekeringhouders.
1.18 open (80-100 km)
Individuele wedstrijd voor amateurs/masters (ook buitenlandse vergunninghouders) waaraan ook Belgische dagverzekeringhouders, eliterenners zonder contract en renners -23 jaar mogen deelnemen. Let wel:
- Belgische en buitenlandse renners van continentale ploegen mogen niet starten in deze wedstrijden!
Nationale kampioenschappen: voor alle categorieën
Een cijfer 2 voor de klasse van de wedstrijd duidt op een meerdaagse wedstrijd. Vb: 2.13 is een meerdaagse wedstrijd voor -23.
Top
7. Kan ik met een vergunning van Wielerbond Vlaanderen deelnemen aan wedstrijden in het buitenland?
Dat kan. Voor individuele deelname aan wedstrijden in het buitenland moet je de toelating vragen aan jouw provinciale voorzitter van de betrokken provincie (Commissie Weg-Piste-Veld/BMX/MTB). Je vindt de contactgegevens onder de rubriek "Over WBV".
Top
8. Welk voordeel heb ik als lid van Wielerbond Vlaanderen?
Alle vergunninghouders en leden WBV-KBWB-FCWB genieten korting op de toegangsprijs voor alle wielermanifestaties en -wedstrijden van WBV-KBWB-FCWB.
Met een officiële kaart of vergunning van commissaris heb je gratis toegang tot alle wielermanifestaties en wedstrijden WBV-KBWB-FCWB.
Top
9. Met welk verzet mag ik rijden? Hoeveel dagen per week mag ik koersen? …
Je vindt alle info hierover in de jeugdreglementering. Je kan die hier downloaden.
Top
10. Hoe zit het precies met de amateurs- en masterswedstrijden?
INFO VOOR DE RENNERS
Hoeveel kost een vergunning amateur of master?
Een vergunning als amateur/master kost 64 EUR voor een heel jaar (van 1/01 - 31/12).
In welke categorie dien ik te starten?
In de 1.18-wedstrijden worden de amateurs en masters in volgende categorieën ingedeeld:
* amateurs: 19-29 jaar
* masters A: 30-39 jaar
* masters B: 40-49 jaar
* masters C: 50 jaar en ouder
De renners stappen zowel in weg-, piste- als veldritwedstrijden op 1 september over naar hun leeftijdscategorie van het daaropvolgende jaar.
In MTB-wedstrijden rijden amateurs in de Fun A-categorie. Masters A rijden in de masters 1-wedstrijd en masters B en C in de master 2-wedstrijden.
Waar vind ik de wedstrijdkalender?
Je vindt alle wedstrijden in Vlaanderen terug op onze website www.wielerbondvlaanderen.be. Je kan ze ook terugvinden in onze Wielerbond Vlaanderen-Nieuwsbrief. Daarin staan trouwens ook de wedstrijden in Wallonië vermeld.
Wat moet ik nog weten over deze wedstrijden?
De afstand is minimum 50 en maximum 80 km, al naargelang afzonderlijk of in afwachting. Je betaalt 8 EUR inschrijvingsgeld waarvan je 5 EUR terugkrijgt na de wedstrijd. De 3 EUR zijn voor de organisator. Een dagverzekering kost 12 EUR (dus voor renners zonder vergunning).
Aan de hand van het rugnummer moet in de wedstrijd duidelijk zijn tot welke categorie een renner behoort. De amateurs en masters A hebben witte rugnummers van 1 tot 100, de masters B hebben rode rugnummers van 101 tot 150 en de masters C hebben gele rugnummers vanaf nummer 150.
Welke geldprijzen zijn er te verdienen?
Er worden 3 uitslagen opgemaakt met volgende minimumprijzen:
* Amateurs en masters A - 175 EUR (15 prijzen)
30 - 25 - 20 - 15 - 12 - 10 - 9 - 9 - 8 - 7 - 6 - 6 - 6 - 6 - 6
* Masters B - 175 EUR (15 prijzen)
30 - 25 - 20 - 15 - 12 - 10 - 9 - 9 - 8 - 7 - 6 - 6 - 6 - 6 - 6
* Masters C - 100 EUR (10 prijzen)
20 - 15 - 12 - 10 - 9 - 8 - 7 - 7 - 6 - 6
Zijn er nog wedstrijden waarin ik kan starten met een amateur/mastervergunning?
Behalve in 1.18-wedstrijden en 1.18 open-wedstrijden kan je ook starten in 1.12-wedstrijden. Dit zijn wedstrijden waaraan ook Belgische dagvergunninghouders, eliterenners zonder contract en renners -23 jaar mogen deelnemen (behalve renners van continentale ploegen, die hebben geen startrecht).
Onder bepaalde voorwaarden mogen amateurs en masters starten in 1.12A- en 1.12B-wedstrijden:
1.) Wanneer er geen 1.18 of 1.18 open-wedstrijd is in de eigen provincie (woonplaats renner), mag de renner deelnemen aan een 1.12-wedstrijd in Vlaanderen;
2.) Niet in kampioenschappen, interclubs (1.12 IC) of 1.12 open-wedstrijden;
3.) Niet met een dagverzekering;
4.) Mits bijkomende betaling van 6 EUR per wedstrijd voor de verzekering
Zijn er naast wegwedstrijden andere wedstrijden waarin ik met dezelfde vergunning kan starten?
Ook in de veldritten Formule D kan je aan de slag. De renners worden in volgende categorieën ingedeeld:
* Amateurs: 19-29 jaar
* Masters A: 30-39 jaar
* Masters B: 40-49 jaar
* Masters C: 50 jaar en ouder
De wedstrijd duurt 40’. De renners van categorie B en C vertrekken 1 minuut na de amateurs en masters A. Indien de organisator op voorhand de zekerheid heeft dat er voldoende deelnemers zijn, kan hij twee afzonderlijke wedstrijden per indeling laten doorgaan.
Er worden drie uitslagen opgemaakt met de volgende minimumprijzen:
* Amateurs en masters A - 175 EUR (15 prijzen)
30 - 25 - 20 - 15 - 12 - 10 - 9 - 9 - 8 - 7 - 6 - 6 - 6 - 6 - 6
* Masters B - 175 EUR (15 prijzen)
30 - 25 - 20 - 15 - 12 - 10 - 9 - 9 - 8 - 7 - 6 - 6 - 6 - 6 - 6
* Masters C - 100 EUR (10 prijzen)
20 - 15 - 12 - 10 - 9 - 8 - 7 - 7 - 6 - 6
Behalve in weg- en veldritwedstrijden heb je eveneens de mogelijkheid om in mountainbikewedstrijden te starten.
Masters rijden in hun categorie (masters 1: 30-39 jaar / masters 2: 40 jaar en ouder). Amateurs betwisten hun wedstrijd in de funklassecategorie.
Top
11. Mogen er publicitaire opschriften op mijn koerstrui staan?
Je moet met de trui rijden van je club waarop de commerciële sponsors van de club zijn vermeld. Ben je niet aangesloten bij een club, dan dien je, vanaf de categorie aspirant, een neutrale trui te dragen zonder commerciële opschriften. Uitzondering op deze regel is er in wedstrijden voor amateurs/masters, zowel voor mountainbikers als wegrenners. In deze wedstrijden (1.18, 1.18 open en MTB funklasse) mogen renners die niet bij een club zijn aangesloten, starten met een trui waarop een of meer benamingen van commerciële firma's als publicitaire opschriften voorkomen.
Ook in wedstrijden voor eliterenners zonder contract (1.12 A/B) waarin de masters en amateurs startrecht hebben, is de keuze van de kledij voor de masters en amateurs vrij. In deze wedstrijden mogen ze evenwel geen kledij dragen van een club aangesloten bij Wielerbond Vlaanderen en dit om verwarring te vermijden. Individuele renners (eliterenners zonder contract, U23, junioren, nieuwelingen, aspiranten zowel meisjes als jongens) dragen altijd een trui zonder commerciële opschriften.
Aansluiten bij een 'secundaire' club
Mits toestemming van zijn eerste 'primaire' club, kan een renner ook aansluiten bij een tweede 'secundaire' club. Hij dient dan wel aan te geven in welke discipline hij voor welke club aantreedt. Je kan niet voor twee clubs in eenzelfde discipline aan de start verschijnen.
1.3.045 B Straffen niet conforme uitrusting.
Een renner die zich bij de start aanbiedt met een niet conforme uitrusting zal de start geweigerd worden.
Wanneer de inbreuk vastgesteld wordt tijdens of na de wedstrijd :
-1ste inbreuk : nationale kalender : vanaf U23 : boete van € 100,- ; andere : € 50,-.
regionale kalender : € 25,-.
-2de inbreuk binnen de 24 maanden : schrapping uit de uitslag, terugbetaling prijzen en dubbele boete.
-3de inbreuk binnen de 24 maanden : idem 2de inbreuk + 15 dagen tot 1 maand schorsing.
Top
12. We hadden graag een wielerwedstrijd georganiseerd voor inwoners van onze gemeente. Kunnen we hiervoor een beroep doen op de wielerbond?
Je kan gebruik maken van een organisatie voor gentlemen - of zoals je wil een zogenaamde dorpelingenkoers.
Algemene regels:
• Als organisatievergunning betaal je 245 EUR + 100 euro per bijkomende categorie. De organisatieaanvraag dient te gebeuren via de provinciale afdeling waar de wedstrijd doorgaat.
• De regels qua aantal deelnemers, afhankelijk van welk soort wedstrijd, criterium of wegwedstrijd, dienen gerespecteerd te worden.
• Minimum 18 jaar oud zijn.
Gentlemenwedstrijden
• Bij elke aanvraag tot organisatie dient men het wedstrijdprogramma bij te voegen;
• Voor elke aanvraag dient er een toestemming te zijn van de VCWPV;
• Voor elke competitieve renner (= een actieve renner met vergunning) moet een niet competitieve deelnemer (= een niet-vergunninghouder) aan de wedstrijd deelnemen; de verhouding 50%-50% dient hoe dan ook geëerbiedigd en toegepast te worden;
• De renners (competitieve en niet-vergunninghouders) moeten samen in de wedstrijd blijven;
• De niet vergunninghouders moeten een dagvergunning nemen van 5 euro.
Dorpelingenwedstrijden
• Bij elke aanvraag tot organisatie dient men het wedstrijdprogramma bij te voegen;
• Voor elke aanvraag dient er een toestemming te zijn van de VCWPV;
• Zijn wedstrijden waarvan de deelnemers geen houder zijn van een competitieve vergunning;
• Dagvergunning verplicht voor elke deelnemer (6 euro).
Afscheidscriterium
• Bij elke aanvraag tot organisatie dient men het wedstrijdprogramma bij te voegen;
• Voor elke aanvraag dient er een toestemming te zijn van de VCWPV;
• Enkel renners met een geldige vergunning of dagvergunning.
Wedstrijden voor een goed doel
• Bij elke aanvraag tot organisatie dient men het wedstrijdprogramma bij te voegen;
• Voor elke aanvraag dient er een toestemming te zijn van de VCWPV;
• Voor de wedstrijd dient er overleg te zijn met de VCWPV, waar de voorwaarden tot organiseren en deelname worden vastgelegd;
• Toegelaten voor renners met vergunning of dagvergunning.
Top
13. Hoeveel kost een dagverzekering? Kan ik met een dagverzekering starten in een wielerwedstrijd?
Een renner die geen geldige vergunning bezit, dient een dagverzekering te nemen. In een gentlemen- of dorpelingenkoers, betaal je hiervoor 6 EUR. Voor het overige zijn er enkel dagverzekeringen mogelijk in de wedstrijden voor amateurs/masters (1.18 open, 1.18 en formule D veldrijden) en in funklassewedstrijden mountainbike. In de funklassewedstrijden kost een dagverzekering 5 EUR. Voor de andere wedstrijden betaal je 12 EUR.
Top
14. Kan ik als jongere met Waalse (FCWB) of buitenlandse vergunning deelnemen aan wedstrijden in Vlaanderen?
Dat kan. Een jongere die geen vergunning van Wielerbond Vlaanderen heeft, mag deelnemen aan wedstrijden in Vlaanderen op voorwaarde dat hij of zij medisch geschikt is. Meestal volstaat het voorleggen van een internationaal erkende vergunning om deel te nemen aan een wedstrijd. Daarnaast moet hij zich uiteraard schikken naar de Vlaamse reglementering inzake leeftijdsklassen, afstandsklasse, aantal wedstrijden en maximaal verzet. De renners tot en met de categorie junioren die geen Waalse of Vlaamse vergunning hebben, dienen bovendien een kalenderkaart aan te kopen bij KBWB-WBV (prijs 12 EUR + bankkosten, zie http://www.belgiancycling.be/Formulieren/Kalenderkaarten/tabid/84/Default.aspx voor meer info).
Deze kaart vervangt het wielerwedstrijdboekje waarin de wedstrijden worden ingevuld. Op deze manier kan ook bij deze renners worden gecontroleerd of ze het maximaal aantal wedstrijden per week niet overschrijden.
Top
15. Hoe zit het met de reglementering in de cyclocrosswedstrijden?
Dames en dames jeugd
In de veldritten voor dames zullen voor de dames jeugd afzonderlijke klassementen opgesteld worden.
Duurtijd wedstrijd dames jeugd: 30’
Indien er meer dan 10 renners dames jeugd (nieuwelingen en junioren) zijn, dan starten ze 30 seconden na de dames elite. Anders starten ze tezamen met de dames elite.
In veldritwedstrijden voor dames eindigen de dames jeugd (nieuwelingen en juniores) een of meer ronden vroeger dan de dames elite, met een maximumduur van 30’.
Voor de dames jeugd wordt voor de twee categorieën tezamen een afzonderlijk klassement opgemaakt, met een apart prijzenbarema.
Wanneer er geen afzonderlijke wedstrijd voor dames is voorzien, dan starten de dames jeugd bij de nieuwelingen en dames elite bij de juniores.
Nieuwelingen en juniores
Nieuwelingen en juniores starten in afzonderlijke wedstrijden. Pas wanneer er niet voldoende deelnemers (10) zijn in een van de reeksen, worden de wedstrijden samengevoegd met een verschil van starttijd van twee minuten.
Wanneer ze tezamen rijden in een enkele wedstrijd, dienen de junioren en nieuwelingen met rugnummers in verschillende kleur te rijden of 1-50 voor de juniores, 51-100 voor de nieuwelingen.
Duurtijd wedstrijd nieuwelingen 30’
Duurtijd wedstrijd juniores 40’
Amateurs en masters
In veldritten (Formule D) worden de amateurs en masters in volgende categorieën ingedeeld:
amateurs: 19-29 jaar - masters A: 30-39 jaar - masters B: 40-49 jaar - masters C: 50 jaar en ouder
- De wedstrijd duurt 40’.
- De renners van categorie B en C vertrekken 1 minuut na de amateurs en masters A. Indien de organisator op voorhand de zekerheid heeft dat er voldoende deelnemers zijn, kan hij twee afzonderlijke wedstrijden per indeling laten doorgaan.
- De renners betalen 8 EUR inschrijvingsgeld en krijgen 5 EUR terug. De 3 EUR zijn voor de organisator.
- Een dagverzekering kost 10 EUR
- Aan de hand van het rugnummer moet in de wedstrijd duidelijk zijn tot welke categorie een renner behoort. Er wordt gewerkt met witte nummers van 1 tot 100 voor de amateurs en masters A, rode nummers van 101 tot 150 voor de masters B en gele nummers van 151 tot 200 voor de masters C.
- Er worden 3 uitslagen opgemaakt.
Top
16. Hoe wordt de startorde bepaald in de cyclocrosswedstrijden?
De startorde in B-C-wedstrijden wordt bepaald volgens volgende criteria:
- renners met UCI-punten
- renners volgens de nationale cyclocrossranking
- renners zonder punten bij lottrekking
Door het opstellen van de nationale cyclocrossranking kan de mogelijkheid gegeven worden aan de eerste 20 gerangschikte B-renners om toegang te krijgen tot de A-wedstrijden. Daarenboven mogen de bondscoach en de organisator elk nog vijf wild-cards uitdelen aan renners die niet tot de top-10 behoren.
Top
17.Wat met gedubbelde renners in de cyclocrosswedstrijden?
In regionale wedstrijden veldrijden mogen gedubbelde renners in wedstrijd blijven tot het ingaan van de laatste ronde, behalve wanneer er meer dan 60 renners aan de start zijn. Dan wordt het UCI-reglement toegepast.
De jury kan na overleg met de organisator de UCI-reglementen toepassen. Bij de start dienen de renners hiervan op de hoogte te worden gebracht.
Top
18. Hoe kan ik topsport combineren met mijn studies?
Topsport vereist het uiterste van de atleet, dat is bekend. De combinatie van topsport en studie of topsport en een beroep is bijzonder moeilijk, zeker ook in het wielrennen. Om de talentrijke renners de mogelijkheden te bieden hun sport op topniveau te bedrijven en daarnaast ook een diploma of inkomen te verwerven, zijn er diverse topsportstatuten in het leven geroepen. We geven graag wat toelichting bij de bestaande topsportstatuten.
1. Topsport en secundaire studies
Topsportschool wielrennen
De leerlingen van deze wielerschool volgen een wieleropleiding naast een ASO- of TSO-opleiding. De ASO- of TSO-opleiding wordt verzorgd door het KTA Voskenslaan te Gent en omvat alle leerstof die de niet-topsportleerlingen te verwerken krijgen, alleen in een korter tijdsbestek. Dagelijks wordt er de nodige training afgewerkt, aangepast aan de leeftijdscategorie en wielerdiscipline van de topsportleerling. Het leerkrachtenkorps staat garant voor een optimale leerlingenbegeleiding zowel op sportief als studievlak.
Om in te stappen in dit project dient de kandidaat zowel op sportief als studievlak goede prestaties voor te leggen. Op basis van het sportief palmares wordt binnen een selectiecommissie, waarin BLOSO, BOIC en WBV vertegenwoordigd zijn, al dan niet het topsportstatuut afgeleverd.
Voor meer informatie:
Koen Beeckman
koen.beeckman@wielerbondvlaanderen.be
Wielerscholen voor deeltijds secundair onderwijs
In heel wat centra voor deeltijds secundair beroepsonderwijs wordt er een 'wieleropleiding' gegeven. Leerlingen krijgen in deze scholen de kans hun sport te combineren met het aanleren van een beroep, zoals bvb fietshersteller.
Voor de instapvoorwaarden en het opleidingsprogramma kan u het best contact opnemen met de wielerschool van uw keuze.
2. Topsport en hogere studies
Ook voor de hogeschool- of univ-student zijn er mogelijkheden om studies en topsport te combineren. Elke onderwijsinstelling beslist autonoom om al dan niet faciliteiten aan te bieden voor topsportstudenten. Zo ook heeft elke onderwijsinstelling eigen criteria en faciliteiten inzake individuele leertrajecten, vrijstellingen voor lessen, uitstel of spreiding van examens, aangepaste examenreglementen, individuele studiebegeleiding. Specifiek met de Vrije Universiteit Brussel heeft WBV een convenant afgesloten waarin een A- en B-statuut kan worden toegekend. Samengevat wordt een A-statuut verleend aan de atleten die beantwoorden aan de BLOSO-criteria, en een B-statuut voor renners die WBV als beloftevol inschat. Voor de specifieke criteria die binnen de onderwijsinstelling van uw keuze gelden, kan u het best het sportsecretariaat van de school raadplegen.
Bloso topsporter/student
Recent werd een nieuw project opgestart voor de topsporter die hogere studies wenst te volgen. De kandidaten worden op basis van hun sportief curriculum geselecteerd. Dezelfde criteria als voor het BLOSO-tewerkstellingsproject (zie verder) worden hierbij gehanteerd. Enkel de erkende topsporters komen voor dit statuut in aanmerking.
Volgende faciliteiten worden de topsporter/student aangeboden:
- Een financiële ondersteuning voor de begeleiding op sportief (trainingstechnisch, conditioneel, medisch en mentaal) en logistiek vlak, in functie van het voorbereidings- en competitieprogramma van de topsporter/student. Dit wordt gefinancierd door het BOIC.
- Een forfaitair werkingskrediet (3.000 euro per topsporter/student) voor de studiebegeleiding door de onderwijsinstelling, gefinancierd door het Bloso.
- Een arbeidsovereenkomst (70 % van een tewerkstellingscontract), telkens voor de duur van één academiejaar voor de topsporter/student, op basis van het reeds behaalde diploma, gefinancierd door het Bloso.
Meer informatie kan u bekomen bij BLOSO: http://www.bloso.be/topsport/topsportstudentenproject/criteria/Pages/default.aspx
3. Tewerkstellingsprojecten
Het uiteindelijke doel van de topsporter is om met de sport ook 'zijn/haar brood' te kunnen verdienen. In het wegwielrennen bestaan er de professionele teams. In de 'minder populaire' wielerdisciplines, zoals bijvoorbeeld BMX of baanwielrennen, zijn de afzetgebieden in professionele teams zeer beperkt. Voor hen bestaan er toch nog mogelijkheden om een verloning te bekomen in een tewerkstellingsproject.
VDAB-project
In samenwerking met de VDAB en de Vlaamse wielerschool wordt er een beroepsopleiding 'beroepswielrenner' aangeboden. Deze opleiding omvat een aantal basisvaardigheden die de toekomstige beroepswielrenner van pas komen. De renner ontvangt een uitkering.
Hoewel niet strikt noodzakelijk, is het aan te bevelen om pas in het tweede 'beloftejaar' in dergelijk project te stappen. Immers, het VDAB project is beperkt in tijd. Bovendien is het eerste beloftejaar voor iedereen een aanpassingsjaar en het is zeer moeilijk om meteen al met klinkende resultaten voor de dag te komen. Ook kan in het eerste beloftejaar bij voorkeur afgetast worden of de combinatie 'topsport en studie' niet mogelijk is.
Talentrijke renners kunnen zich hiervoor kandidaat stellen, waarna een selectie zal worden gemaakt.
Voor meer informatie: koen.beeckman@wielerbondvlaanderen.be
BLOSO-project
Het tewerkstellingsproject van BLOSO houdt in dat renners met een uitstekend prestatiecurriculum en die nog geen professioneel statuut hebben, kunnen worden tewerkgesteld door BLOSO. Deze tewerkstelling houdt een resultaatverbintenis in die in het contract wordt opgenomen. De verloning gebeurt op basis van het hoogst verworven diploma. De criteria om in aanmerking te komen voor dit project zijn:
Voor de Olympische sporttakken
- 12de land op Wereldkampioenschappen
- 8ste land op Europese kampioenschappen
- finales op de grootste internationale tornooien
Voor de niet-Olympische sporttakken
- medaille op Wereldspelen
- medaille op Wereldkampioenschappen
- 12de land op Wereldkampioenschappen "Jeugd"
- 8ste land op Europese kampioenschappen "Jeugd"
- finales op EYOD(F)
- finales op de grootste internationale tornooien
(vooraf te bepalen)
Het contract wordt jaarlijks geëvalueerd op basis van de resultaatverbintenis die werd overeengekomen. Van zodra de renner in een professioneel team tewerkgesteld wordt, vervalt de overeenkomst met BLOSO.
Top
19. Wat is een sportpas (wielerboekje)?
Renners tot en met junioren moeten een sportpas (wielerboekje) hebben om aan wielerproeven en wielerwedstrijden deel te nemen. Elke wedstrijd of proef, ongeacht de wielerdiscipline, dient in de sportpas ingeschreven te worden. De sportpas dient voor de aanvang van elke proef of wedstrijd ingevuld te worden door de opleider of afgevaardigde van de Wielerbond Vlaanderen. Ook niet uitgereden wedstrijden tellen mee voor de berekening van het maximale aantal toegelaten proeven of wedstrijden. Indien de voorziene ruimte om proeven of wedstrijden in te schrijven vol is, dient de sportpas naar de provinciale afdeling van de Wielerbond Vlaanderen opgestuurd te worden.
De sportpas kan bekomen worden bij Wielerbond Vlaanderen, Globelaan 49/2, 1190 Brussel (tel 02/349 19 50). Bij de eerste vergunningsaanvraag wordt het aan de renner automatisch bezorgd.
Voor iedere wedstrijd dient de afgevaardigde de sportpas te controleren op zijn geldigheid.
De wielrenner of eventueel zijn ouders, voogd of wettelijke vertegenwoordigers, alsook de opleider of de afgevaardigde van WBV, hebben de deontologische verplichting toe te zien op de correcte inschrijving en afstempeling in de sportpas van alle hieronder vermelde gegevens:
- door de opleider afgetekende sticker als controle dat de opleiding succesvol werd doorlopen;
- het medische geschiktheidsattest (zie hieronder)
- een opsomming van de plaats, datum, de afstand of duur van de wielerwedstrijden of wielerproeven in binnen- en buitenland, waaraan de wielrenner heeft deelgenomen, samen met een stempel of handtekening van de opleider of van de afgevaardigde van WBV of, eventueel, voor wielerwedstrijden of wielerproeven die georganiseerd worden buiten de Vlaamse gemeenschap, van de afgevaardigde van de organisator van de wielerwedstrijd of wielerproef.
WBV houdt een elektronisch databestand bij van elke vergunningsaanvraag van een minderjarige renner waarin volgende gegevens worden geregistreerd:
- de naam van de minderjarige renner;
- het nummer van de sportpas;
- de naam van de keuringsarts;
- de gevolgde opleidingen
Wanneer een renner om medische redenen door de behandelende arts ongeschikt wordt verklaard om te fietsen, kan slechts de erkende keuringsarts de ongeschiktheid opheffen. Dit dient genoteerd te worden in de voorziene ruimte van de sportpas. Wanneer een renner een disciplinaire schorsing oploopt, wordt de sportpas op de hoofdzetel van WBV vzw ingehouden tot de schorsing afloopt.
Top
20. Wat is een medisch geschiktheidsattest?
Om aan wielerproeven of wielerwedstrijden te mogen deelnemen moet de wielrenner vooraf een geldig medisch geschiktheidsattest voorleggen. Een medisch geschiktheidsattest is geldig van 1 januari tot 31 december van het jaar waarin het onderzoek plaatsvond. Het medische geschiktheidsattest kan slechts worden afgeleverd door een door de Vlaamse minister erkende keuringsarts. Het sportmedisch onderzoek omvat minstens:
- een anamnese betreffende de persoonlijke, familiale, psychosociale, pedagogische, professionele en sportieve gegevens;
- volgende biometrische gegevens: gestalte, gewicht, huidplooidikte (en peakflowmeting);
- een elektrocardiogram in rust bij het eerste onderzoek en bij de overgang naar een nieuwe leeftijdscategorie;
- een inspanningselektrocardiogram voor de eerste wedstrijd in de leeftijdscategorie junioren;
- een algemeen klinisch onderzoek, met bijzondere aandacht voor het ademhalingsstelsel, het cardiovasculaire stelsel, het bewegingsstelsel en de lichamelijke ontwikkeling;
- elk aanvullend onderzoek dat door de erkende keuringsarts nuttig wordt geacht;
- gezondheidsbevorderende en –beveiligende voorlichting met betrekking tot sportbeoefening onder meer over gezonde leefgewoonte, veiligheid en voorkoming van schoolproblemen.
De kosten die voortvloeien uit dat onderzoek zijn volledig ten laste van de minderjarige, ouders, voogd of wettelijke vertegenwoordigers.
De erkende keuringsarts waakt erover dat de wielrenner op een adequate manier tegen tetanus is ingeënt.
De lijst van erkende keuringsartsen kan geraadpleegd worden op de website www.gezondsporten.be.
Top
21. Welke publiciteit mag er voorkomen op de provinciale kampioenentrui?
De provinciale afdelingen mogen op de trui van provinciaal kampioen volgende publiciteit aanbrengen:
- op de voor-en achterzijde van de trui, in een rechthoek van 10 cm hoogte.
- op de schouders en mouwen, een opschrift van maximum 5 cm hoogte, op één lijn.
- op de zijkanten van de trui, een zijwaartse band van 9 cm breedte.
- het logo van de fabrikant (maximum 25 cm²) eenmalig op ieder kledingsstuk.
De sponsor van de club, dient eveneens over een ruimte te beschikken van 10 cm hoogte op de voor-en achterzijde van de trui, onder de publiciteitsband van de Provinciale afdeling.
De trui met de publicteit van de provincie mag enkel gedragen worden tijdens de huldiging.
Na de huldiging mag de renner volgende publicteit dragen op de trui van provinciaal kampioen:
- op de voor-en achterzijde van de trui, in een rechthoek van 10 cm hoogte.
- op de schouders en mouwen, een opschrift van maximum 5 cm hoogte, op één lijn.
- op de zijkanten van de trui, een zijwaartse band van 9 cm breedte.
- het logo van de fabrikant (maximum 25 cm²) eenmalig op ieder kledingsstuk.
Top
22. Wat moet ik doen als ik wil koersen in het buitenland?
Wat staat er precies in het reglement m.b.t. de deelname aan buitenlandse wedstrijden?
“Het reglement bepaalt dat elke renner, uitgezonderd een eliterenner met contract, amateur of master, een toelating moet vragen aan de voorzitter van de commissie WPV van de provincie waar de renner woonachtig is. Artikel B.1.1.038.20 is hierin zeer duidelijk: “Een club of renner die zonder toelating deelneemt aan buitenlandse wedstrijden, dient een boete te betalen van 65 EUR bij een eerste inbreuk. Bij een tweede inbreuk krijgt de renner niet alleen een boete van 125 EUR, maar wordt hij ook voor acht dagen geschorst.”
Waarom is deze reglementering nodig?
“Miniemen, aspiranten, nieuwelingen en juniores dienen zich aan het decreet van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap te houden. Dit decreet zegt dat al deze renners hun sportpas bij wedstrijden moeten tonen en laten invullen zodat controle van het aantal betwiste wedstrijden, mogelijk is. Wanneer een renner in het buitenland gaat koersen, moeten de ouders of de begeleider van de renner de sportpas invullen. We hebben echter vastgesteld dat dit weinig of nooit gebeurt. Zo wordt het maximum aantal toegestane wedstrijden overschreden en het decreet omzeild. We zullen hier strenger op toezien. Een melding aan de provinciale commissievoorzitter is absoluut nodig. Bovendien is het zo dat nieuwelingen en junioren een vergunning aan een verminderde prijs krijgen. Per wedstrijd betalen ze een bijdrage om dit te compenseren. Voor een wedstrijd in het buitenland dient eveneens 3 EUR betaald te worden. Ook hiervoor is de melding noodzakelijk.”
Koersen in het buitenland - Herinnering reglement (ook voor cyclocross- en piste)
B.1.1.038.20 RENNERS IN HET BUITENLAND
Behalve eliterenners met contract, amateurs en masters, dient iedere renner (dus ook miniemen en aspiranten!, nvdr), die wenst deel te nemen aan een individuele wedstrijd in het buitenland, hiervoor schriftelijk de toelating te vragen aan zijn voorzitter van de provinciale commissie van de betrokken discipline (Commissie weg-piste-veldrijden / BMX / MTB) minstens 8 dagen voor de wedstrijd en moet ook de toelating hebben verkregen.
B.1.1.038.21 CLUBS IN HET BUITENLAND
De clubs die wensen deel te nemen aan wedstrijden in het buitenland, moeten minstens 6 weken voor de wedstrijd een schriftelijke aanvraag richten aan de Sporttechnische Directie van de K.B.W.B. Alleen de wedstrijden, waarvoor de K.B.W.B. een officiële uitnodiging van de nationale federatie van de organisator kreeg, zullen in aanmerking komen. De STD is als enige bevoegd voor het verlenen van toelatingen aan de clubs om deel te nemen aan buitenlandse wedstrijden en bepaalt ook de algemene toelatingsvoorwaarden en de eventuele sancties bij het niet eerbiedigen van deze voorwaarden.
Straffen
Niet UCI-wedstrijden (art. 80 WBV)
1° inbreuk: 65 euro boete
2° inbreuk: 125 euro boete en 8 dagen schorsing
3° inbreuk: verbod van 1 jaar om aan buitenlandse wedstrijden deel te nemen.
UCI-wedstrijden (1.1.038.20.B)
1° inbreuk: boete van 124 euro
2° inbreuk: 8 dagen schorsing en boete van 124 euro.
Art. B.1.1.038.21:
Clubs die de bepalingen betreffende de deelname aan wedstrijden in het buitenland niet naleven. -> Verbod van 1 jaar om nog deel te nemen aan wedstrijden in het buitenland.
Top
23. Mag ik deelnemen aan koersen van nevenbonden?
Wat staat er precies in het reglement?
“Het reglement bepaalt dat een titularis van een vergunning niet mag deelnemen aan een wedstrijd of een wielermanifestatie die niet is ingeschreven op een provinciale, regionale, nationale, continentale of internationale kalender of die niet erkend wordt door een nationale of een continentale federatie of de UCI. Met andere woorden, elke jeugdrenner - miniem, aspirant, nieuweling, junior - die aan een wedstrijd deelneemt van een nevenbond krijgt een sanctie. ”
Welke straf is er voorzien voor niet-naleving van deze regel?
“Bij een eerste inbreuk volgt een maand schorsing, een tweede keer volgen drie maanden schorsing. Bij een derde inbreuk wordt de vergunning van de renner ingetrokken.”
Verboden wedstrijden - Herinnering reglement
1.2.019
Een titularis van een vergunning mag niet deelnemen aan een wedstrijd of een wielermanifestatie die niet is ingeschreven op een provinciale, regionale, nationale, continentale of internationale kalender of die niet erkend wordt door een nationale of een continentale federatie of de UCI. Speciale afwijkingen kunnen worden toegestaan voor bijzondere wedstrijden of manifestaties, door de nationale federatie van het land waar de wedstrijd plaatsvindt. De vergunninghouders mogen niet deelnemen aan activiteiten, georganiseerd door een geschorste nationale federatie, behalve in toepassing van artikel 18.2 van de UCI-statuten.
Top
24. Hoe zit het met de verzekering van jeugdinitiaties?
Organisatoren die op de dag van hun wedstrijd jeugdinitiaties voor niet-leden voorzien, dienen dit, in het kader van de verzekering (sportpromotionele organisaties), vooraf te melden aan Wielerbond Vlaanderen. Achteraf dient de lijst met de namen van de deelnemers te worden overgemaakt aan Wielerbond Vlaanderen.
Indien het initiaties betreft met een groot aantal deelnemers die geen lid zijn van Wielerbond Vlaanderen, dient enkel de identiteit van de organisator, de datum en de plaats van de initiatie gemeld te worden. Bij ongevallen dient de organisator te bevestigen dat de betrokken fietser wel degelijk aan de betrokken initiatie deelnam en daarbij ten val kwam.
Top
25. Hoe zit het met neutralisaties in criteriums?
Art. 2.7.022 In geval van erkend ongeval vastgesteld door een commissaris heeft de renner recht op een neutralisatie van 1 of 2 ronden te bepalen door de commissarissen naargelang de lengte van de omloop. Geen neutralisatie meer in de laatste 5 ronden. Valpartij, bandbreuk of breuk essentieel deel van de fiets behoren tot een erkend ongeval. Na de neutralisatie neemt de renner plaats in de groep waartoe hij behoorde voor het ongeval. De betrokken renner mag niet deelnemen aan de eerstvolgende premiespurt. Hij krijgt echter geen verliesronde. Een zone tot controle wisselen wiel of fiets wordt voorzien in de omgeving van de aankomstlijn.
Top
26. Mag ik met een voertuig met handelaarsplaten meerijden in een wedstrijd?
Dit kan enkel indien je eigenaar bent van het voertuig (garagist) of werknemer van de eigenaar.
Een voertuig met handelaarsplaat mag wettelijk enkel bestuurd worden door de eigenaar (garagist), door een werknemer van de eigenaar/garagist of door natuurlijk persoon die zijn wagen ter herstelling in betrokken garage heeft geplaatst. In dit laatste geval dient men ook de boorddocumenten van het eigen voertuig bij zich te hebben.
Weet ook dat de verzekering geen wagens in BA verzekert die in de wedstrijd rijden tenzij wagens die aan de respectievelijke federaties toebehoren. Andere wagens vallen onder de eigen verplichte verzekering. Een volgwagen met handelaarsplaat die bestuurd wordt door iemand anders dan de eigenaar/garagist of één van zijn werknemers en die in wedstrijd een ongeval heeft, zal door zijn verzekering tussenkomst geweigerd worden aangezien dit wettelijk niet mag.
Top
27. Hoe kan ik een duplicaat van mijn vergunning aanvragen?
Een duplicaat van een vergunning kan aangevraagd worden door 2,50 EUR te storten op het rekeningnummer 393-0040402-42 van Wielerbond Vlaanderen met als vermelding 'duplicaat + NAAM VAN RENNER'.
28. Welke bestuurders moeten een vergunning hebben in wielerwedstrijden?
In regionale wedstrijden (bv. 1.12) hebben chauffeurs geen vergunning nodig en staat er geen maximale leeftijd op chauffeurs. In nationale wedstrijden (interclubs niet-UCI) is er ook geen vergunning nodig, maar is er wel een leeftijdsgrens van maximum 70 jaar.
In internationale UCI-wedstrijden is de maximumleeftijd voor chauffeurs 70 jaar. Volgende chauffeurs moeten een vergunning nemen: chauffeur wedstrijddokter, chauffeur wedstrijdcommissaris, chauffeur koersdirecteurs, chauffeur VIP-wagen tussen de renners en alle motorrijders (die een volgersbewijs van de organisator ontvangen). Alle andere voertuigen, uitgezonderd motorrijders, tussen het openingsvoertuig en de groene vlag hebben GEEN vergunning nodig. Al deze voertuigen krijgen een volgersbewijs met een schuine zwarte streep. (bv. VIP-wagens, niet tussen de renners = geen vergunning, rode vlag/bezemwagen = geen vergunning...)
Hieronder een voorbeeld van een volgerskaravaan met de prijzen van de vergunning voor de chauffeurs indien nodig:
50 euro - KOERSDIRECTEUR
50 euro - ADJ KOERSDIRECTEUR
Geen vergunning - PILOOT WAGEN wagen voor 1e Driehoek
Geen vergunning - DRIEHOEK 1
Geen vergunning - DRIEHOEK 2
Geen vergunning - DRIEHOEK 3
via KBWB - UCI VOORZITTER
30 euro - BWB 2 (COMM. UCI 1)
30 euro - BWB 3 (COMM. UCI 2)
30 euro - BWB 4
via KBWB - MOTO BWB 1 + COM 1
30 euro - BWB 6 Chrono
30 euro - BWB 7 AR
30 euro - UCI MC
via KBWB - MOTO BWB 2 + COM 2
via KBWB - MOTO (COMM. Regulator)
via KBWB - RADIOW. BWB1
via KBWB - RADIOW. BWB2
via KBWB - MOTO Radio 1
40 euro - REGULATEUR 1 Organisatie
190 euro - NEUTR.WAGEN 1
50 euro - DOKTER 1
50 euro - DOKTER 2
Geen vergunning - AMBULANCE
Geen vergunning - AMBULANCE
Geen vergunning - MATERIAAL ORG
Geen vergunning - DEPANAGE (moto)
Geen vergunning - AUTOBUS
Geen vergunning - BEZEMWAGEN
Geen vergunning - GROENE VLAG
40 euro - MOTO CHRONO
40 euro - MOTO GROENE VLAG
40 euro - MOTO SIGNAALGEVER