Printversie onderstaande tekst (pdf)
1 Financiële verbetering jeugdclubs
1.1 Clubs met label “J-club”
Clubs die minimaal:
3 miniemen EN
10 miniemen en aspiranten EN
15 miniemen, aspiranten en nieuwelingen
aangesloten hebben in het seizoen voor het werkjaar krijgen het label J-club. De toekenning van het label gebeurt op basis van het aantal aangesloten renners van Belgische nationaliteit op 1 november (voor het werkjaar), verminderd met de miniemen, aspiranten en nieuwelingen die door de club ontslagen werden in de overgangsperiode van 1/10 tot 31/10 voor het werkjaar.
1.2 Oprichting van een nationaal solidariteitsfonds (naast het bestaande WBV- en FCWB-jeugdfonds)
Het nationaal solidariteitsfonds is een fonds dat tot doel heeft de financiële situatie van de J-clubs te verbeteren.
Het fonds wordt beheerd door de KBWB en staat onder toezicht van een commissie met volgende leden:
- de coördinator van de nationale wegcommissie
- de voorzitters van de regionale jeugdcommissies
- de voorzitters van de regionale WPV-commissies
1.3 Bijdragen aan het solidariteitsfonds
Alle club- en ploegstructuren leveren een bijdrage aan het solidariteitsfonds:
via de clubaansluitingen:
- J-clubs: 100 EUR
- clubs met renners die geen J-club label hebben: 300 EUR
via de rennersvergunningen:
- alle categorieën buitenlandse clubs: 20 EUR
- dames UCI-teams: 20 EUR
- U23 & elite z/c continentale UCI-teams: 30 EUR
- elite m/c continentale UCI-teams: 50 EUR
- elite pro-continentale UCI-teams: 75 EUR
- elite ProTour-teams: 100 EUR
1.4 Uitkeringen door het solidariteitsfonds
2.4.1 Toekenning label J-club
Op 1/11 wordt het label J-club toegekend aan de clubs die voldoen aan de voorwaarden zoals vermeld in 2.1 (eerste toekenning op 1/11/2010). Alleen de opnieuw gelabelde J-clubs krijgen een uitkering uit het solidariteitsfonds op voorwaarde dat zij een aansluiting voor het nieuwe seizoen nemen.
2.4.2 Berekening uitkering uit het fonds
Het uit het solidariteitsfonds aan de J-clubs uit te keren bedrag wordt bepaald als volgt:
a. 20 % van het fonds wordt evenredig verdeeld over alle J-clubs
b. 60 % van het fonds wordt uitgekeerd op basis van het aantal R-punten berekend volgens het aantal aangesloten jeugdrenners van Belgische nationaliteit op 31/10 van het werkjaar met volgende puntenwaarden:
- miniem: 4 R-pt
- aspirant: 3 R-pt
- nieuweling: 2 R-pt
- junior: 1 R-pt
T-renners krijgen geen R-punten toegekend.
c. 20 % van het totaalbedrag wordt uitgekeerd op basis van het aantal S-punten berekend volgens het aantal aangesloten clubmedewerkers op 31/10 van het werkjaar met volgende puntenwaarden:
- Vergunninghouder-clubbegeleider/ploegleider: 1 S-pt
- Vergunninghouder-oefenmeester:
1. met diploma Initiator/niveau 1 = 2 S-pt
2. met diploma Trainer B/ niveau 2 = 3 S-pt
3. met diploma Trainer A/niveau 3 = 4 S-pt
Het S-puntentotaal bedraagt maximaal 25% van het R-puntentotaal. Een club krijgt alleszins minimaal 10 S-punten toegekend indien dit aantal behaald wordt.
Getransfereerde clubmedewerkers krijgen geen punten toegekend.
2 Bijkomende bepalingen
2.1 Alleen clubs en renners in de disciplines weg, piste en veldrijden komen in aanmerking.
3 Actiepunten
3.1 WBV en FCWB engageren zich om een vergunning “Clubbegeleider” tot stand te brengen aan de prijs van 30 EUR.
3.2 Deelname aan de Beker van België nieuwelingen is alleen voorbehouden aan J-clubs.
3.3 Deelname aan de Beker van België junioren is mogelijk voor alle clubs op voorwaarde dat clubs die geen J-statuut hebben en wensen deel te nemen een deelnamevergoeding betalen van 500 EUR aan het solidariteitsfonds.
Printversie onderstaande tekst (pdf)
1 Financiële verbetering jeugdclubs
1.1 Clubs met label “J-club”
Clubs die minimaal:
3 miniemen EN
10 miniemen en aspiranten EN
15 miniemen, aspiranten en nieuwelingen
aangesloten hebben in het seizoen voor het werkjaar krijgen het label J-club. De toekenning van het label gebeurt op basis van het aantal aangesloten renners van Belgische nationaliteit op 1 november (voor het werkjaar), verminderd met de miniemen, aspiranten en nieuwelingen die door de club ontslagen werden in de overgangsperiode van 1/10 tot 31/10 voor het werkjaar.
1.2 Oprichting van een nationaal solidariteitsfonds (naast het bestaande WBV- en FCWB-jeugdfonds)
Het nationaal solidariteitsfonds is een fonds dat tot doel heeft de financiële situatie van de J-clubs te verbeteren.
Het fonds wordt beheerd door de KBWB en staat onder toezicht van een commissie met volgende leden:
- de coördinator van de nationale wegcommissie
- de voorzitters van de regionale jeugdcommissies
- de voorzitters van de regionale WPV-commissies
1.3 Bijdragen aan het solidariteitsfonds
Alle club- en ploegstructuren leveren een bijdrage aan het solidariteitsfonds:
via de clubaansluitingen:
- J-clubs: 100 EUR
- clubs met renners die geen J-club label hebben: 300 EUR
via de rennersvergunningen:
- alle categorieën buitenlandse clubs: 20 EUR
- dames UCI-teams: 20 EUR
- U23 & elite z/c continentale UCI-teams: 30 EUR
- elite m/c continentale UCI-teams: 50 EUR
- elite pro-continentale UCI-teams: 75 EUR
- elite ProTour-teams: 100 EUR
1.4 Uitkeringen door het solidariteitsfonds
2.4.1 Toekenning label J-club
Op 1/11 wordt het label J-club toegekend aan de clubs die voldoen aan de voorwaarden zoals vermeld in 2.1 (eerste toekenning op 1/11/2010). Alleen de opnieuw gelabelde J-clubs krijgen een uitkering uit het solidariteitsfonds op voorwaarde dat zij een aansluiting voor het nieuwe seizoen nemen.
2.4.2 Berekening uitkering uit het fonds
Het uit het solidariteitsfonds aan de J-clubs uit te keren bedrag wordt bepaald als volgt:
a. 20 % van het fonds wordt evenredig verdeeld over alle J-clubs
b. 60 % van het fonds wordt uitgekeerd op basis van het aantal R-punten berekend volgens het aantal aangesloten jeugdrenners van Belgische nationaliteit op 31/10 van het werkjaar met volgende puntenwaarden:
- miniem: 4 R-pt
- aspirant: 3 R-pt
- nieuweling: 2 R-pt
- junior: 1 R-pt
T-renners krijgen geen R-punten toegekend.
c. 20 % van het totaalbedrag wordt uitgekeerd op basis van het aantal S-punten berekend volgens het aantal aangesloten clubmedewerkers op 31/10 van het werkjaar met volgende puntenwaarden:
- Vergunninghouder-clubbegeleider/ploegleider: 1 S-pt
- Vergunninghouder-oefenmeester:
1. met diploma Initiator/niveau 1 = 2 S-pt
2. met diploma Trainer B/ niveau 2 = 3 S-pt
3. met diploma Trainer A/niveau 3 = 4 S-pt
Het S-puntentotaal bedraagt maximaal 25% van het R-puntentotaal. Een club krijgt alleszins minimaal 10 S-punten toegekend indien dit aantal behaald wordt.
Getransfereerde clubmedewerkers krijgen geen punten toegekend.
2 Bijkomende bepalingen
2.1 Alleen clubs en renners in de disciplines weg, piste en veldrijden komen in aanmerking.
3 Actiepunten
3.1 WBV en FCWB engageren zich om een vergunning “Clubbegeleider” tot stand te brengen aan de prijs van 30 EUR.
3.2 Deelname aan de Beker van België nieuwelingen is alleen voorbehouden aan J-clubs.
3.3 Deelname aan de Beker van België junioren is mogelijk voor alle clubs op voorwaarde dat clubs die geen J-statuut hebben en wensen deel te nemen een deelnamevergoeding betalen van 500 EUR aan het solidariteitsfonds.